Gaven

ONLINE GAVENTEST

Iedereen heeft van God een unieke set gaven gekregen. We zijn geroepen om op weg te gaan en onze gaven te gebruiken om Jezus bekent te maken. Wat zijn jouw gaven en hoe kan je die inzetten? Doe nu de online gaventest en lees hieronder welke gaven je kan hebben.

Klik hier > Doe de gaventest


 

In de uitslag van de online gaventest kom je er achter hoe sterk jij een van deze gaven bezit:

De gave van HERDER
De bijzondere gave die aan bepaalde mensen wordt gegeven om voor lange tijd persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor het geestelijk welzijn van een groep gelovigen. (Johannes 10:1-18; 21:16; Efeziërs 4:11-14; 1 Timoteus 3:1-7; 1 Petrus 5:1-3)

De gave van ONDERWIJS
De bijzondere gave om Bijbelse waarheid duidelijk te kunnen onderscheiden en zo effectief te communiceren dat mensen daarvan kunnen leren en groeien in hun wandel met God. (Handelingen 18:24-28; 20:20-21; Romeinen 12:7; 1 Korintiërs 12:28; Efeziërs 4:11-14)

De gave van KENNIS
De bijzondere gave om bovennatuurlijke kennis te hebben over personen, omstandigheden of specifieke Bijbelse zaken die in direct verband staat tot de gezondheid en groei van de gemeente. (Handelingen 5:1-11; 1 Korintiërs 2:14; 12:8; 14:24-25; 2 Korintiërs 11:6; Kolossenzen 2:2-3)

De gave van BEMOEDIGING
De bijzondere gave om woorden van troost, bemoediging, uitdaging of correctie te kunnen spreken op een manier waarop anderen positief reageren en geholpen worden. (Handelingen 11:3, 22-25; 14:22; Romeinen 12:8, 15:4; 1 Tessalonicenzen 2:11-12; 1 Timoteus 4:13; Hebreeën 10:25)

De gave van PROFETIE
De bijzondere gave om een directe en onmiddellijke boodschap van God aan zijn volk te kunnen communiceren. (Lucas 7:26; Romeinen 12:6; Handelingen 2:37-40; 15:32; 21:9-11; Efeziërs 4:11-14; 1 Kor.12:10; 28)

De gave van WIJSHEID
De bijzondere gave om aan anderen door te kunnen geven hoe zij bepaalde kennis het beste kunnen toepassen op specifieke situaties binnen de gemeente en het persoonlijke leven van mensen. (Handelingen 6:3; 6:10; 15:13-22; 1 Korintiërs 2:1-13; 12:7-8; Jacobus 1:5-6; 3:13-18; 2 Petrus 3:15-16)

De gave van GEVEN
De bijzondere gave om blij en opofferingsgezind vrijgevig te zijn met financiën of persoonlijke bezittingen voor het werk van God. (Marcus 12:41-44; Handelingen 4:36-37; Romeinen 12:8; 2 Korintiërs 8:1-7; 9:2-8)

De bekwaamheid om te HELPEN
De bijzondere gave om onbaatzuchtig tijd te kunnen geven of andere hulpmiddelen beschikbaar te stellen aan een ander, zodat die op zijn of haar beurt weer effectiever zijn eigen gave(n) kan uitoefenen. (Marcus 15:40-41; Lucas 8:2-3; Handelingen 9:36; Romeinen 16:1-2; 1 Korintiërs 12:28; 16:15-19)

De gave van BARMHARTIGHEID
De bijzondere gave, om werkelijk begaan te zijn met mensen die fysiek, emotioneel of mentaal lijden en hun vanuit een diep medelijden te helpen op zo’n manier dat de pijn verlicht wordt. (Matteus 20:29-34; 25:34-40; Marcus 9:41; Lucas 10:33-35; Handelingen 9:36; 11:28-30; 16:33-34; Romeinen 12:8; Jakobus 2:15-16)

De BESTUURLIJKE gave
De bijzondere begaafdheid om; te kunnen vaststellen wat het lichaam van Christus nodig heeft op de korte en de lange termijn en het werk van de gemeente zodanig te organiseren en te plannen dat de effectiviteit van de gemeente zal toenemen (bestuurder). (Lucas 14:28-30; Handelingen 6:1-7; 27:11-20, 27-29; 1 Korintiërs 12:28; Titus 1:5)

De gave van ZENDELING
De bijzondere gave, om welke andere geestelijke gave dan ook in te zetten in een ander land of cultuur. (Handelingen 8:4; 13:2-3; 14:21-28; 22:21; Romeinen 10:15; 1 Korintiërs 9:19-23; Galaten 1:15-17)

De gave van EVANGELISATIE
De bijzondere gave om het evangelie vrijmoedig te kunnen vertellen aan ongelovigen op een wijze waarop er velen van hen een persoonlijke toewijding maken om Jezus Christus te volgen. (Handelingen 8:5-6; 26-40; 14:21; 21:8; Efeziërs 4:11-14; 2 Timoteüs 4:5)

De gave van GASTVRIJHEID
De bijzondere gave om anderen die in nood zijn warm welkom te heten, ze van voedsel en onderdak te voorzien in een geest van dienstbaarheid. (Handelingen 16:14-15; Romeinen 12:9-13; 16:23; Hebreeën 13:1-2; 1 Petrus 4:9-10)

De gave van GELOOF
De bijzondere gave om volledig en onwankelbaar op God te kunnen vertrouwen in een moeilijke situatie en daarbij bereidwillig te zijn om direct Gods aanwijzingen op te volgen. (Handelingen 5:1-11; 6:5-7; 11:22-24; 27:21-25; Romeinen 4:18-21; 1 Korintiërs 12:9; 13:2; Hebreeën 11:33-34)

De gave van LEIDERSCHAP
De bijzondere gave om anderen verenigd te krijgen rond een gemeenschappelijke visie en om de doelstellingen voor de toekomst zodanig duidelijk te maken zodat het lichaam van Christus daardoor beïnvloed wordt en richting krijgt in een geest van samenwerking. (Nehemia; Lucas 9:51; Handelingen 7:10; 15:7-11; Romeinen 12:8; 1 Tessalonicenzen 5:12; 1 Timoteus 5:17; Hebreeën 3:17)

De gave van DIENSTBAARHEID
De bijzondere gave om onvervulde behoeften te identificeren voor taken in Gods Koninkrijk, en gebruik te maken van de beschikbare middelen om te voldoen aan deze behoeften en gewenste resultaten te bereiken. (Handelingen 6:1-7; Romeinen 12:07; Galaten 6:22; Timotheüs 1:16-18; Titus 3:14)

 

Nog meer gaven van de geest:

De gave van BEVRIJDING van demonen
De bijzondere gave om demonen en boze geesten uit te drijven (ook wel exorcisme of bevrijdingsbediening genoemd). (Matt.12:22-32; Lukas 10:12-20; Handelingen 8:5-8; 16:16-18)

De gave van WONDEREN
De bijzondere gave om door God gebruikt te worden om krachtige daden te doen die de wetten van de natuur trotseren en de daadwerkelijke tegenwoordigheid van God onder ons demonstreren. (Handelingen 5:12; 8:13; 9:36-42; 19:11-20; 20:7-12; Romeinen 15:18-19; 1 Korintiërs 12:10 en 28; 2 Korintiërs 12:12)

De gave van GENEZING
De bijzondere gave om op bovennatuurlijke wijze de fysieke of emotionele genezing te brengen aan een individu dat God wil genezen. (Handelingen 3:1-10; 5:12-16; 9:32-35; 19:12; 28:7-10; 1 Korintiërs 12:9 en 28)

De gave van het spreken in TONGEN
De bijzondere gave om de gemeente een boodschap van God te kunnen vertellen in een taal die de persoon zelf niet kent. (Marcus 16:17; Handelingen 2:1-13; 10:44-46; 19:1-7; 1 Korintiërs 12:10 en 28; 14:13-19 en 26-28)

De gave van VERTOLKING VAN TONGEN
De bijzondere gave om boodschappen te vertolken die in andere tongen gesproken zijn naar een taal die de toehoorders kunnen begrijpen. (1 Korintiërs 12:10 en 30; 14:5 en 13, 26-28)

De gave van VRIJWILLIGE ARMOEDE
De bijzondere gave om af te zien van materieel comfort en luxe en een persoonlijke levensstijl aan te nemen die gelijkwaardig is met hen die leven in armoede in een bepaalde maatschappij. (Handelingen 2:44-45; 4:32-37; 1 Korintiërs 13:1-3; 2 Korintiërs 6:10; 8:9; Filippenzen 4:11-13)

De gave van ONGEHUWD ZIJN
De bijzondere gave om alleenstaand te blijven en daarvan te genieten, ongehuwd te blijven en geen last te hebben van seksuele verleidingen. (Matteüs 19:10-12; 1 Korintiërs 7:7-8) 

De gave van VOORBEDE
De bijzondere gave om voor langere tijd en op een regelmatige basis voor specifieke zaken of mensen te bidden en hierop bijzondere gebedsverhoringen mee te maken – en dat alles in een veel grotere mate dan van een doornee-christen verwacht mag worden. (Lukas 22:41-44; Handelingen 12:12; Coloss.1:9-12; 4:12-13; 1 Timotheüs 2:1-2; Jakobus 5:14-16)

De gave van ONDERSCHEID van geesten
Deze bijzondere gave stelt iemand in staat de bron van een bepaald gedrag, met grote accuratesse te kunnen vaststellen, namelijk vanuit God, vanuit menselijke bron of vanuit satan. (Matteus 16:21-23; Handelingen 5:1-11; 16:16-18; 1 Korintiërs 12:10; 2 Korintiërs 11:13-15; Efeziërs 6:12; 1 Johannes 4:1-6)

 

Merk op dat vanwege de eenvoud van deze test de uitslag oppervlakkig is. Voor een diepgaande en meer nauwkeurige test verwijzen we je naar je connectgroepleider of onze DNA 2 cursus.